De geschiedenis van het orgel:
1762 - Christiaan Müller/Pieter Müller, Amsterdam, bouw
1882 - Lodewijk Ypma, Alkmaar, restauratie en wijziging
1940 - H.W. Flentrop, Zaandam, restauratie, wijziging en uitbreiding met elektrisch pedaal
2003/2004 – Flentrop Orgelbouw, Zaandam, restauratie
De laatste restauratie betekende o.a.:
- Zoveel mogelijk terug naar het klankbeeld van Müller
- Herstel van de dubbele discant van de beide Prestanten (Hoofdwerk + Bovenwerk)
- Reconstructie van Roerquint 6’ (HW) naar Müller-factuur
- Herstel oorspronkelijke sterkte Mixtuur naar III-VI sterk
- Terugplaatsing Quintfluit 3’ van HW naar BW
- Reconstructie van de beide tongwerken Trompet (HW) en Dulciaan (BW) naar Müller-factuur
- Pedaal aangehangen
- Tremulant werkzaam op hele orgel
- Gedeeltelijk behoud van de situatie van 1882 (Ypma). Daardoor is niet de gehele oorspronkelijke (klank)situatie teruggebracht:
- De gelijkzwevende stemming is gehandhaafd (was oorspronkelijk middentoon, toonhoogte: a’=415 Hz (Kamertoon))
- De klavieruitbreiding door Ypma naar f’’’ (pedaal d’) is gehandhaafd (oorspronkelijk C-c’’’, Pedaal C-c’)
- Klaviatuur aan linkerzijde en windvoorziening (magazijnbalg) zijn gehandhaafd (oorspronkelijke situatie: klavier aan achterzijde orgel, 4 spaanbalgen)
- De Cornet die oorspronkelijk op het Bovenwerk stond, is gehandhaafd op het Hoofdwerk
- Eén register dat Ypma nieuw op het Bovenwerk had gedisponeerd (Viola di Gamba 8’) is teruggeplaatst. Dit register spreekt vanaf c. Het klinkend grootoctaaf is dat van de Quintadeen 8. Het pijpwerk van dit register is afkomstig uit het onlangs gerestaureerde orgel van de Koepelkerk te Purmerend.
- De kleurstelling van het orgelfront is gereconstrueerd naar de situatie van 1762

Huidige dispositie: