Home
Wie zijn wij?
Kerkdiensten
Kerkgebouw
   Het gebouw
Het interieur
Locatie
Contactpersonen
Alphacursus
Links
Actueel
F.A.Q.
Geluidsopnamen
'Beroepingswerk'

Het interieur

Foto's door Jan Zwart. Klik op een van de foto's voor een grotere weergave.

'Dooptuin' met preekstoel (1762)
Het belangrijkste onderdeel van de protestantse eredienst was de preek, gehouden door een predikant vanaf de preekstoel of kansel. Dit stoelgedeelte werd traditioneel omgeven door een hek. Binnen deze ruimte werd ook gedoopt, vandaar de benamingen ‘dooptuin’ en ‘doophek’.
Na de brand van 1760 werd er een nieuwe kansel gemaakt, voorzien van een groot klankbord. Het was een geschenk van Guurtje de Volder, weduwe van Klaas Botter, uit dankbaarheid dat haar woning bij de brand gespaard was gebleven. Het houtsnijwerk is van Asmus Frauen en Willem Straetmans. Opmerkelijk zijn de rococo trapleuning en de vijf taferelen van bijbelse verhalen.
 
1. (naast de trap) Het brandoffer van Noach, nadat de Ark behouden is aangekomen.
2. (middenvoor) De verschijning van de Heer aan Mozes op de berg Sinaï
3. (daarnaast) Christus predikend  (Bergrede)
4. (uiterst rechts) Het Pinksterfeest (de discipelen ontvangen de Heilige Geest)
5. (op de deur links bij de trap) Paulus uitgaande om te prediken.

Het koperwerk
In en aan de dooptuin is allerlei mooi koperwerk, onder andere twee lezenaars te zien. De ene (1665) aan het doophek, toont de torenburcht uit het wapen van Alkmaar, omgeven door laurierranken. De andere, met rococokrullen versierd, is bevestigd aan de preekstoel. Deze stamt (net als de preekstoel zelf) uit 1762. Verder hangen er in de kerk diverse koperen kaarsenkronen, onder andere twee grote koperen kronen in de hoofdbeuk met twee rijen gekrulde armen, vermoedelijk nog uit de 17de eeuw. Bijzonder zijn de twee 17de eeuwse kaarsenkroontjes met armen in de vorm van gekrulde slangen.


De magistraatsbank (1707)
In de dwarsbeuk uit 1707 staat een reusachtige herenbank, bestemd voor de magistraat, de leden van het stadsbestuur. Hier heeft men een goed uitzicht op de dooptuin met de preekstoel. Er zijn vier rijen zitplaatsen met deurtjes. De mooiste plaatsen, op de achterste rij, waren voor de burgemeesters (Alkmaar had er vroeger steeds vier tegelijk!).

De herenbank (1762) met portaal, trap en galerij
Na de brand van 1760 kreeg de Kapelkerk er aan de oostmuur een tweede grote herenbank bij, met twee rijen zitplaatsen. De voorste waren bestemd voor leden van de krijgsraad, de achterste voor regenten van de gasthuizen. Bovendien was er in de hoek linksachter nog een rij met enkele zitplaatsen, bestemd voor de stadsbazen (de stadstimmerbaas en de stadsmetselbaas). Rechts bevat de bank een tochtportaal (voor de toegangsdeur aan de Laat), links een doorgang naar de vroegere consistorieruimte en een trap naar de galerij boven de herenbank.

Begraven in de kerk
Eeuwenlang was het gebruikelijk om doden in de kerk te begraven. In de Kapelkerk werd dat pas toegestaan toen in 1575 in de Grote Kerk met het bijbehorende kerkhof onvoldoende ruimte was. Er is een aantal 17e en 18e eeuwse hardstenen zerken bewaard, gedeeltelijk verborgen onder de houten vloer.

Het Müllerorgel (1762)
Bij de brand van 1760 was ook het orgel verloren gegaan. Dankzij een genereuze gift van Jonkvrouwe Johanna Geertruida le Chastelain kon er een nieuw orgel worden gebouwd. De fraaie cartouche die hieraan herinnert bevindt zich nog steeds op de orgelkas, evenals de wapens van de vier regerende burgemeesters: Hendrik Nanning Daey, Carel de Dieu, Adriaan Baart en Jhr. Jacob van Cats. Het orgel is gemaakt door de orgelbouwers Christian en Pieter Müller. Orgelkas en ingangsportaal vormen een indrukwekkend geheel dat de totale westmuur van de hoofdbeuk vult. Het ontwerp toont een mix van classicistische elementen en rococomotieven. Bovenin ziet men zingende en musicerende engeltjes en het Alkmaarse stadswapen.

De gebrandschilderde glas-in-loodramen (1922-1942)
De ramen van de Kapelkerk zijn tussen 1922 en 1942 voorzien van gebrandschilderde glas-in-loodtaferelen met Bijbelse en kerkelijke motieven, ontworpen en uitgevoerd door de Haarlemse glazenier Willem Bogtman. Ze zijn geschonken door leden van de Hervormde Gemeente, zoals de bekende aannemersfamilie Ringers.
De gebrandschilderde ramen bevonden zich aan de Laatzijde, in ieder venster twee bij elkaar horende taferelen. Bij de restauratie van 1953-1956 is gekozen voor één voorstelling per raam, zodat alle vensters van de kerk een voorstelling hebben. De brede omlijstingen in de stijl van de Amsterdamse School werden vervangen door de huidige bescheiden randen. De wijzigingen werden uitgevoerd door de oorspronkelijke ontwerper Willem Bogtman. Deze situatie werd in 2004 gehandhaafd.

Restauratie (2002-2004)
Bij de restauratie van 2002-2004 is alle stucwerk vervangen. Houten delen van de toren zijn vernieuwd wegens houtrot. De gebrandschilderde ramen zijn gerestaureerd, er is een verwarming in de kerk aangelegd, de consistoriekamer is opgeknapt en gemoderniseerd zonder afbreuk te doen in aangezicht. Het orgel is gerestaureerd en de oorspronkelijke kleurstelling van de orgelkas werd gereconstrueerd, een metamorfose in vergelijking met de situatie van voor 2002. Met een feestelijke kerkdienst op zaterdag 18 september en de officiële heropening op donderdag 30 september werd de gerestaureerde Kapelkerk in 2004 weer in gebruik genomen.

.
Gebruikersnaam

Wachtwoord